Venlo wil geen “300 Mauro’s”

September 7, 2011
By

Venlo wil geen “300 Mauro’s”

De gemeente Venlo wijst de komst van uitgeprocedeerde gezinnen af, omdat zij grote problemen verwacht tijdens de opvang en bij uitzetting.  “‘Wij willen geen 300 Mauro’s”, zegt wethouder Ramon Testroote in het Dagblad de Limburger  van 3 september 2011. Hij verwijst naar de schier uitzichtloze situatie waarin deze Venrayse asielzoeker al geruime tijd verkeert. De afwijzing van de opvang en vergelijking met Mauro lijkt ogenschijnlijk logisch en voort te komen uit betrokkenheid. Is deze vorm van betrokkenheid echter in het belang van de asielzoekers zelf?

Wat hier terzijde geschoven wordt, is geen lastige parkeerkwestie of een probleem met de groenvoorziening. We hebben het over medemensen die in ernstige nood verkeren. Om preciezer te zijn, over gezinnen met kinderen die het recht hebben om in Nederland te verblijven of Nederland niet uit kunnen. Het uitzetten van  kinderen onder de 18 jaar die soms al langer dan 10 jaar in ons land wonen is in strijd met het verdrag van de internationale rechten van het kind (IRVK). Deze gezinnen mogen dus niet uitgezet worden maar doordat de opvang tot het minimale is uitgekleed, hoopt minister Leers dat deze mensen toch uit zichzelf weg zullen gaan. Aan deze methode wil Venlo terecht niet meewerken. Helaas werkt de gemeente Venlo door “Nee” te zeggen toch mee aan de juridische en menselijke martelgang van deze gezinnen. De gemeente biedt namelijk zelf geen alternatief op de gemankeerde opvang van minister Leers.

De asielzoekers zijn voor begrip en welzijn geheel afhankelijk van de mate van betrokkenheid die bestuurders willen opbrengen. Zij zijn niet geholpen met getouwtrek tussen nationale en lokale overheden, maar wachten op bescherming en uitvoering van hun rechten; liefst nu en vandaag. Als de landelijke overheid deze rechten negeert, dan kan een lokale overheid daartegen stelling nemen. De discussie moet niet in de eerste plaats gaan over de hooglopende emoties in een AZC, maar over de ondubbelzinnige uitvoering van mensenrechten, dan komt het daarna met de emoties ook wel goed.  Het is niet in het belang van deze asielzoekers om alleen maar de aandacht te vestigen op de mogelijke problemen bij huisvesting en uitzetting en daarna ook nog een keer de beker die overloopt met leed aan je voorbij laten gaan.  Een lokale overheid heeft op dit moment een keuze uit twee kwaden.  De zorg over laten aan een centrale overheid die op dit moment zoveel mogelijk de mensenrechten probeert te ontduiken of toch zelf de zorg naar eer en geweten op zich nemen. De laatste keuze zal echter onvermijdelijke voor problemen en pijn gaan zorgen. Voor de betrokkenen is dit niettemin beter dan niets. Verbeteringen aanbrengen in woningen, kennis van het vreemdelingenbeleid en waar nodig in overleg treden met de minister is gedurende dit proces allemaal mogelijk. Een stad als Venlo kan groeien in kennis en “Venlove” door samen rond  een groep mensen te gaan staan die letterlijk niet meer weet waar zij het zoeken moet. Dan zal ook blijken dat “de asielzoeker” niet bestaat – in tegenstelling tot wat sommige politici ons willen laten geloven – maar dat het stuk voor stuk gaat om mensen met een eigen te respecteren verhaal. Deze mensen brengen het leven met zich mee zoals het is. Kan Venlo daar niet tegen?

Wie zich serieus in deze problematiek heeft verdiept, weet bovendien dat Mauro’s situatie op geen enkele manier valt te vergelijken met die van uitgeprocedeerde gezinnen.  Mauro woont in Nederland zonder zijn ouders en is door de staat in een pleeggezin geplaatst.  Hoewel de pleegouders aan het verzoek hebben voldaan om hem een gezin te geven, omzeilt de overheid nu de rechten van Mauro door juridisch het pleeggezin tot “geen normaal gezin’ te verklaren, waardoor recht op gezinsleven vervalt.   Zo’n kind dat vlakbij Venlo woont en in afwachting van zijn verblijfsvergunning gespannen thuis zit  tot symbool maken van “uitzichtloosheid waar we eigenlijk geen zin in hebben”  is tegenover hem en het gezin op zijn zachts gezegd ondoordacht.

Of zoals pleegmoeder Anita het zelf formuleert:“Mauro er bij te halen om hun eigen plan kracht bij te zetten, is erg respectloos”. Zij begrijpt de intentie achter de vergelijking  “maar toch, het is cru gesteld” meent zij.  Jorg Werner van Defence for Children vindt dat de wethouder de naam van Mauro niet synoniem mag maken met overlast ; “het tegendeel van wat de wethouder zegt is waar. De werkelijkheid is dat de omgeving van Mauro hem juist erg graag bij hen wil houden. Buren, pleeg familie, vrienden, niemand wil hem kwijt ondanks de moeilijke juridische status”. Als de zorg voor 300 Mauro’s teveel  is, dan kan de wethouder beginnen om op zijn minst zorg te tonen voor dit ene kind dat al zolang klem zit. Terwijl de burgemeester van Venray zijn rug rechtte en publiekelijk achter het pleeggezin is gaan staan, liet de gemeente Venlo niets van zich horen. Waarschijnlijk is  zelfs 1 Mauro  voor Venlo teveel.  Betrokkenheid met asielzoekers kost meer dan wat papieren opties doornemen en met kritische aantekeningen retour sturen. Goede sier  maken met quasi betrokkenheid waardoor, goddank, weer geen poot hoeft te worden uitgestoken lijkt een voortzetting van hetzelfde oude liedje in Venlo. Asielzoekers worden alleen ontvangen als het niet anders kan en krijgen de zorg waartoe de centrale overheid verplicht.

Zie ook: http://www.defenceforchildren.nl/p/20/98/mo89-mc50/kinderrechtenverdrag

 

 

“Kind in het centrum, kinderrechten in asielzoekerscentra” http://www.unicef.nl/media/2893/kind_in_het_centrum%5B1%5D.pdf

 

U kunt Brit Borg ook volgen op twitter: @Brit_borg

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
Share

Tags: , , , , ,

Leave a Reply

Time in the Netherlands

Promote Politeia Libertas

Share

Categories