Geen Godwin, maar Willem

In het vaak verbeten debat over de  opkomst en mores van de PVV wordt door vriend en vijand vaak gretig gebruik gemaakt van vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog.  Met het ultieme kwaad als ideologisch opponent, gepersonaliseerd als archetype door de wel bekende kleinbesnorde schreeuwlelijk, kàn vriend en vijand immers niet anders dan jouw zijde kiezen. Zoals u weet ontdekte Mike Godwin deze regelmatigheid al in 1990, ver voor de opkomst van de PVV: ‘As an on-line discussion grows longer, the probability of a comparison involving Nazis or Hitler approaches’. En Richard Sexton deed daar nog een schepje bovenop: ‘You can tell when a usenet discussion is getting old when one of the participents drags out Hitler and the Nazis’. Scherp waargenomen, goed gezien. De discussie is dan inderdaad vaak lang geleden begonnen en inmiddels kennelijk verouderd. Niets meer en niets minder, en zonder waardeoordeel over de aangevoerde argumenten.

Vijftien jaar later verlaat  Geert Wilders de VVD en richt hij de PVV op. Geen democratisch georganiseerde politieke partij met leden, maar een beweging. Een beweging die tot op vandaag wordt gestuurd door één leider en drijft op een fanatiek nationalisme. De oplossing voor alle problemen vindt deze beweging in het aanwijzen van een zondebok en om die reden is deze beweging, om met de leider ervan te spreken, bewust grof en beledigend naar deze bevolkingsgroep toe.  Ook weten we inmiddels dat aanhangers van deze beweging bedreigingen en intimidaties niet schuwen.  Bij menig historicus en politicoloog  gaat er dan een lampje branden, simpelweg omdat dit minstens naar fascisme ruikt. En wat doen wetenschappers in zulk geval? Zij spreken. Zij analyseren en publiceren.

Geconfronteerd en geïrriteerd met dergelijke publicaties en analyses beginnen PVV-achterban en sympathisanten zich vervolgens te roeren en zoeken zij aansluiting bij de conclusies van Godwin en Sexton. Met een vleugje coginitieve dissonantie wordt vervolgens de realiteit aangepast, en worden de constateringen van Godwin en Sexton van wetmatigheid tot een nieuwe wet gesmeed: elke vergelijking met het nazisme leidt voortaan volgens hen automatisch tot verlies van de discussie. In de praktijk: heel hard “GODWIN!!!” roepen, en klaar. Waarmee de discussie  eenzijdig actief dood wordt verklaard, en niet tweezijdig passief, zoals Godwin en Sexton met hun constatering duidelijk  hadden willen maken. In overeenstemming met hun constatering laat de discussie zich dus in de praktijk inderdaad niet eenzijdig dood maken, en blijven kenners en bestrijders van fascisme zich roeren, met de nodige verwijzingen naar de geschiedenis, met vaak als reactie óók weer verwijzingen naar dezelfde geschiedenis.

Wat mij alleen oprecht verbaast is dat het allerbelangrijkste van deze geschiedenis volledig over het hoofd wordt gezien. En, ironisch genoeg, ligt hieraan ook een  nationaal-culturele manier van denken ten grondslag. De bruinhemden, die staan immers in ons collectieve geheugen gegrift, maar wat herinneren wij ons in Nederland nou nog van De Grote Oorlog van 1914 tot 1918? Helemaal niets, want wij waren toen gewoon heldhaftig keihard neutraal (dat zal ze leren). Maar wat wij hierdoor nog steeds missen, is dat de gillende kleinbesnorde leider helemaal niet zo origineel was als hier vaak wordt gedacht. Adolf Hitler had de haat al eerder gevoeld, was al eerder als een mes door de warme boter gevallen voor makkelijk toegankelijke propaganda van xenofobie en nationalisme. Propaganda die in de jaren naar aanloop van de Grote oorlog van 1914 tot 1918 werd gevoerd als middel om mensen te mobiliseren ten dienste van een pragmatisch verbond tussen nieuw opgekomen industriële machten en een verouderd stelsel van absolute koninkrijken, die stonden te popelen om hun tanende macht eens flink te laten gelden. Om daarvoor op grote schaal mensen te kunnen mobiliseren en vooral om hen de financiële lasten daarvan te laten dragen, was het noodzaak om de bevolking mee te krijgen in een gevoel van een gemeenschappelijke vijand. Doelbewust en berekenend werd daarom door de heersende elite besloten de bevolking te injecteren met een overdosis haat voor alles wat anders was dan de eigen, superieur geachte cultuur. Het fanatieke nationalisme, waarmee de hel op 28 juli 1914 uiteindelijk met gejuich werd begroet, was dan ook een logisch gevolg van een kunstmatig gecreëerde demonisatie en ridiculisering van buitenlanders, en van de acceptatie van het idee van een superieure natie en een superieure cultuur en ras door de Europese samenlevingen. Dit idee liep parallel met nieuwe intellectuele inzichten die een erfenis waren van de Britse natuuronderzoeker Charles Darwin (On the Origin of Species by Means of Natural Selection) en de filosoof Herbert Spencer, die dit idee van survival of the fittest toepaste op de mensen in de maatschappij.

Een van de vele slachtoffers van deze effectieve indoctrinatie was dus ene Adolf Hitler. Deze meldde zich, reeds goed gehersenspoeld, in 1914 op 25 jarige leeftijd vrijwillig aan bij het leger. Hij liep met miljoenen mede-schapen en masse aan tegen een loden muur van mitrailleurvuur, en raakte in 1916 dan ook gewond en getraumatiseerd. Dit trauma werd later nog verhevigd  toen zijn Duitsland zich bij het einde van de Eerste Wereldoorlog gedwongen voelde zeer vernederende vredesvoorwaarden te tekenen, waardoor het land in een financiële crisis raakte. Onomkeerbaar geïnjecteerd door de haat en rancune, en geheel conform de lijn der indoctrinatie moest er een zondebok voor deze crisis zijn aan te wijzen, hetgeen dan ook geschiedde.

Als we fascisme willen verklaren, dan kan dus niet alleen worden volstaan met verwijzingen naar het politieke klimaat in de jaren ’30. Als we op macht beluste bewegingen willen duiden, bewegingen die mensen hernieuwd injecteren met hetzelfde nationalisme en dezelfde xenofobie, met dezelfde grofheid en beledigingen naar andere bevolkingsgroepen, en met dezelfde ideeën van een superieure en dominante cultuur als in de aanloop naar de Grote Oorlog, dan is elke vergelijking met de voortzetting van deze oorlog in 1945 slechts symptoombestrijding. En daarmee verklaar ik de wet van Godwin dus hierbij voor dood en irrelevant. Als we discussiëren over xenofobie, gevoelens van culturele superioriteit en indoctrinatie dan kan dat niet begrepen worden zonder het maatschappelijke en politieke klimaat van vlak voor 1914 daarbij te betrekken. De  wet van Godwin zal dan ook plaats moet maken voor een nieuwe wet, eentje die meer recht doet aan de geschiedenis. Deze wet luidt dan ook als volgt: een ieder die tijdens een discussie in staat is om een cruciale vergelijking met niet de Tweede, maar de Eerste Wereldoorlog te maken, wint deze discussie wat mij betreft bij voorbaat.  Laten we deze wet dan maar gelijk vernoemen naar de exponent van het cultureel superioriteitsdenken-über-alles himself: de toenmalige Keizer Wilhelm II van Duitsland. U mag ook gewoon ‘Willem’  zeggen.

DrsYell is te vinden op twitter: @drsYell

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
Share