Psychopathologie van Geert Wilders en aanhang, stadium 2: de groep definieert zichzelf

May 13, 2011
By


Voor de Amerikaanse FBI’s “National Security Division’s Behavioral Analysis Program”, publiceerden agenten John R. Schafer en Joe Navarro in 2003 een identificatie- en observatierapport om de psychopathologie van haatgroepen nader te verklaren. Schafer en Navarro baseerden hun rapport, “The Seven-Stage Hate Model: The Psychopathology of Hate Groups”, op eigen ervaringen die zij op hadden gedaan tijdens observaties van en interviews met honderden skinheads.

Het Zeven-Stadium Haatmodel: De Psychopathologie van Haatgroepen is als volgt uiteengezet:

  1. Groep verzamelt;
  2. Groep definieert zichzelf;
  3. Groep kleineert doelwit;
  4. Groep bespot doelwit;
  5. Groep attaqueert doelwit zonder wapens;
  6. Groep attaqueert doelwit met wapens;
  7. Groep vernietigt doelwit.

De analyse van het eerste stadium is eerder verschenen. Hieronder kunt u de analyse van stadium 2 lezen.

Stadium 2: De groep definieert zichzelf

Haatgroepen vormen identiteiten door middel van symbolen, rituelen en mythologieën ten gunste van de status van groepsleden en, tegelijkertijd, om het object van hun haat te degenereren. Bijvoorbeeld: skinhead groepen kunnen de swastika gebruiken, of het IJzeren Kruis, de Geconfedereerde Statenvlag, en andere suprematistische symbolen. Groepsspecifieke symbolen en kleding differentiëren haatgroepen meestal. Groepsrituelen, zoals handsignalen en geheime groeten, versterken de leden nog verder. Haatgroepen, vooral skinhead groepen, gebruiken doorgaans enige vorm van zelfopoffering waardoor haters hun eigen welzijn in de waagschaal zetten ten gunste van het grote goed. Je leven in dienst stellen van een doel verschaft een ultiem gevoel van waardigheid en waarde voor het leven.

Carl Jung beschreef de betekenis van symbolen en gebruik van symboliek in zijn essay Approaching the Unconscious.  In algemene zin is het als volgt samen te vatten:

Man uses the spoken or written word to express the meaning of what he wants to convey. His language is full of symbols, but he also often employs signs or images that are not strictly descriptive. Some are mere abbreviations or strings of initials, such as UN, UNICEF, or UNESCO; others are familiar trade marks, the names of patent medicines, badges, or insignia. Although these are meaningless in themselves, they have acquired a recognizable meaning through common usage or deliberate intent. Such things are not symbols. They are signs, and they do no more than denote the objects to which they are attached.

What we call a symbol is a term, a name, or even a picture that may be familiar in daily life, yet that possesses specific connotations in addition to its conventional and obvious meaning. It implies something vague, unknown, or hidden from us. [1]

Zoals Jung het beschrijft is het duidelijk dat alle mensen continue geconfronteerd worden met allerlei zaken. Er is geen ontkomen aan, en de betekenis zit gemetseld in ons onderbewustzijn omdat wij er zo gewend aan zijn. Maar symbolen en symboliek heeft een diepere betekenis, een boodschap waarmee men zich vereenzelfigd en identificeert. In het handboek van persoonlijkheid en psychopathologie is de link beschreven tussen identiteit en symbolen.

As the inner world of symbols is mastered through development, the swirl of events that buffet the young child gives way to a growing sense of order and continuity. One major configuration emerges to impose a measure of sameness upon an otherwise fluid environment, the perception of self-as-object, a distinct, everpresent, and identifiable I or me. Self-identity provides a stable anchor to serve as a guidepost and to give continuity to changing experience. Most persons have an implicit sense of who they are but differ greatly in the clarity and accuracy of their self-introspections. Few can articulate the psychic elements that make up this image, such as stating knowingly whether they view themselves as primarily alienated, or inept, or complacent, or conscientious, and so on. [2]

Allerlei verenigingen (zoals voetbalclubs) en genootschappen (zoals de vrijmetselaars) hebben hun eigen symbolen en tradities, maar bij een haatgroep als de PVV is de werkelijkheid anders, iets sinisters. De PVV’ers hebben symbolen en symboliek die weliswaar publiekelijk worden getoond (zover wij weten), maar alleen de ingewijden of enthousiastelingen zullen zich erdoor gesterkt en verbonden voelen. Voor de haatgroep is het een soort psychologische lijm die de groep bij elkaar houdt en als eenheid toont.

De PVV koos voor een zeemeeuw als hun symbool, maar dat was niet zonder controversie. In het Historisch Nieuwsblad schreef Bas Kromhout:

Voor een partij die vrijheid en nationalisme hoog in het vaandel heeft, is de meeuw een logisch gekozen symbool. Maar wel één, die door de geschiedenis besmet is. Tenzij de PVV graag wil lijken op de NSB, vind ik het heel dom om voor de meeuw als logo te kiezen.

De NSB gebruikte de meeuw niet alleen op propagandaposters, maar ook als hét symbool van haar jeugdafdeling, de Jeugdstorm. Die voerde de meeuw op vlaggen, uniforms en drukwerk. Het tijdschrift van de Jeugdstorm heette De Stormmeeuw. [3]

Met deze controverse werd een grote deuk geslagen in het plan van de PVV om de meeuw als symbool te promoten en te bevestigen. Was de meeuw niet zo controversieel geweest en door mensen en media niet zo onsterfelijk belachelijk gemaakt vanwege de NSB-connectie, dan was het hoogstwaarschijnlijk door de PVV gebruikt als een machtig symbool, zoals de Nazi’s de adelaar gebruikten.

Ook uitspraken en acties van het PVV-leiderschap kunnen bijdragen tot symbolisme. In maart 2009 verklaarde Wilders in de Tweede Kamer op bombastische wijze dat hij niet “alleen boos maar woest” was om het anwoord van CDA fractie-voorzitter van Geel. Als een getrainde populist roept hij in de microfoon, “Het punt is dat er eindelijk eens een keer iemand op moet staan en zeggen, “Dit pikken we niet meer”… Ik zou zeggen heel veel plezier, wij gaan er vandoor”. Het scheen een afgesproken scène te zijn geweest, want zijn fractiegenoten wachtten reeds enige minuten in de gangpad op de leider. Wilders en zijn fractieleden liepen zo de Tweede Kamer uit. Tot op heden wordt dit door PVV’ers gezien als een krachtige daad, dus de symbolische waarde van zo’n actie is groot voor de PVV. De psychologische boodschap van dit soort acties is duidelijk: wij durven de gevestigde orde te vernederen als zij niet naar ons luisteren.

Op 11 mei 2011 berichtten de internetedities van allerlei media over het gebruik van de prinsenvlag door de PVV. Men is trots op de oranje-wit-blauwe vlag vanwege haar historische betekenis. Echter, in de dertiger jaren van de vorige eeuw gebruikten de NSB’ers de prinsenvlag ook om hun gevoel van trots te laten blijken. De NSB-smet was reden voor Koningin Wilhelmina de rood-wit-blauwe vlag als de enige officiële te aanvaarden. Waar de Nederlandse bevolking sindsdien de rood-wit-blauwe vlag eert, heeft de PVV de prinsenvlag als symbool aanvaard. Ondanks de grote verontwaardiging dat op dit nieuws volgde wisten PVV’ers de commotie uit te buiten. De achterban heeft bijvoorbeeld op sociale media besloten de prinsenvlag als een symbool te gebruiken in hun profielfoto’s. De door de AIVD als extreemrechts gecategoriseerde Voorpost, een geestlijke aanverwant van de PVV, kondigde een wandeling aan met bestemming het Binnenhof, uiteraard met de prinsenvlag fier voorop. De gemeente Den Haag besloot deze vlaggenwandeling te verbieden.

Een andere vlag die populair is bij de PVV-achterban is de Israëlische vlag, die eerder in profielen verscheen en op PVV-kantoren worden gehangen. Dit is een intrigerend fenomeen want de solidariteit van de PVV’er met Israël is voornamelijk –als niet uitsluitend- te danken aan de gezamelijke ‘vijand’, de Islam. De vlag van Israël verwordt hierdoor dus een nieuw symbool voor extreem-rechts oftewel racistisch, nationalistisch Nederland.

Qua rituelen en mythologieën is de PVV te vergelijken met een beginnende haatgroep. In haar boek over de Hindenburg mythe beschrijft geschiedkundige Dr. Anna von der Goltz wat een mythe inhoudt en vertegenwoordigt.

Myths are symbolically charged narratives that purport to give a true account of a set of past, present, or predicted political events and are accepted by a social group. They are told to explain or justify present conditions and as social constructions of reality, they appeal to the

emotional dimension of human thought. By reducing complex events to simple processes (e.g. by creating a dichotomy of ‘good versus evil’, ‘hero and coward’, or ‘us versus them’) myth-purveyors seek to simplify reality for the purpose of increasing affective mass unity. This is a viable avenue, because reducing the multiplicity of standpoints creates a feeling of community and belonging—myths integrate. They also generate meaning by acting as a filter of reality, a lens through which events and human actions are perceived. [4]

De mythen waarin zij geloven zijn vooralsnog abstracter dan die van de oude fascisten en niet zozeer van spirituele of bovenmenselijke aard. Voor de PVV-aanhang is het simpel doch duidelijk: de Islam is kwaadaardig, wij zijn de goederikken; de moslims plegen taqiyya, wij spreken altijd de waarheid; Geert Wilders is een held, Mohammed was een moordende, antisemitische lafaard. De verafgoding van Wilders begint nu al mythologische proporties aan te nemen: net als dat Jezus Christus zijn leven gaf voor de mensheid, en net als Pim Fortuyn een martelaar voor het vrije woord is geworden, zo is Geert Wilders -in de ogen van zijn volgers- de leider die de strijd (De Totale Oorlog) aangaat met de “fascistische” Islam. De favoriete mythes van de PVV, zoals de massa-immigratie en de islamisering van het Westen,  Hitlers vermeende socialisme, zijn vele malen ontkrachtigd. Toch blijft de achterban Wilders steunen; het lijkt alsof de PVV-achterban niet voor rede vatbaar is. Maar het is niet het gevoel van rede dat ontbreekt; het gaat de achterban daar helemaal niet meer om. Zij hebben een platform om hun xenofobische en zelfs racistische tendensen tentoon te stellen.

Omdat er nog geen constante interactie is tussen het PVV-leiderschap en de achterban is een uniforme aanpak vooralsnog moeilijk. Maar op de sociale media wordt de leus “PVV OP 1” door PVV’ers bij de meeste tweets herhaald. Het lijkt een nogal onschuldige uiting van trouw en vertrouwen, maar de bijbehorende boodschappen zijn meestal van de meest racistische en hatelijke aard en hebben een walm van neerbuigendheid naar tegenstanders en eigen superioriteitsgevoel. Op het moment dat de PVV meer interactie heeft met de achterban zullen de symbolen en rituelen telkens radicalere vormen aannemen om de PVV-identiteit beter en uniformer te etaleren. De confronterende en bewust uitdagende symbolen en rituelen zullen ervoor zorgen dat de spanningen tussen PVV’ers en de rest van de Nederlanders in het algemeen, en felle tegenstanders van fascisme in het bijzonder, hoog oplopen.

————————————————————————————————————————————————————–

[1] Man and His Symbols, Carl Gustav Jung, red., 1964, Bantam Doubleday Dell Publishing Group, Inc., New York, (NY), VS, pagina 20

[2] Comprehensible handbook of personality and psychopathology, volume 1, personality and everyday functioning, Jay C. Thomas, red., 2006, John Wiley & Sons, Hoboken, New Jersey, (NJ), VS, Pagina 17-18

[3] “Wilders gebruikt besmet logo”, Historisch Nieuwsblad, Bart Kromhout

[4] Hindenburg: Power, Myth, and the Rise of the Nazis, Anna von der Goltz, 2009, Oxford University Press, New York, (NY), VS, pagina 6

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
Share

Tags: , , , , , , ,

Leave a Reply

Time in the Netherlands

Promote Politeia Libertas

Share

Categories