Pim Fortuyn en Geert Wilders: paniekzaaien, angstzaaien, en huilen over demonisering

Er is een herkenbaar psychologisch patroon in de manier van handelen van politieke paniekzaaiers: ze zijn stuk voor stuk populisten. Of we het nu hebben over Pim Fortuyn zaliger, Opa Frits Bolkestein, of aandachtshoer Geert Wilders, men parasiteert op de onderbuikgevoelens van de bevolking.

In een eerder artikel, Wilders, het monster van Bolkestein, verwijs ik naar het essay, De Leidse Denktank van Geert Wilders, van Maria Trepp waarin zij het strategische populisme van Bolkestein en Wilders beschrijft, met verwijzing naar een boek van Ian Buruma:.

Ten onrechte reduceert Bolkestein het burgerschapsdenken in dit artikel tot een simpel pleidooi voor directe democratie, en tot een pleidooi voor het onkritische overnemen van de vox populi in de politiek. De vox populi, die heeft juist bij Bolkesteins leerling Wilders uitdrukking gevonden, en Bolkestein zelf is ook groot geworden door het luisteren naar juist deze vox populi. Ian Buruma citeert in zijn nieuwe boek Dood van een gezonde roker ( Engelse titel: Murder in Amsterdam) Frits Bolkestein, die als eerste het migrantenprobleem op de politieke agenda plaatste. [Bolkestein:] “Je moet nooit onderschatten hoe diep de haat onder Nederlanders zit tegen Marokkaanse en Turkse immigranten. Mijn politieke succes berust op het feit dat ik naar die gevoelens heb geluisterd.” Buruma noemt dit een “opmerkelijke uitspraak.”(p. 58) Met deze uitspraak bevestigt Bolkestein dat hij de onderbuikgevoelens bewust heeft geëxploiteerd. Hij is in dit opzicht een populist. Bolkestein ontkent dat hij dit zou hebben gezegd, maar Buruma houdt voet bij stuk: “Het is absoluut wat hij gezegd heeft. Geen twijfel over mogelijk. Ik heb het meteen opgeschreven.

Dat Bolkestein op de xenofobische neigingen (zelfs moslimhaat) van de Nederlandse bevolking parasiteerde is geen algemeen bekend feit. Daarentegen is het wel bekend van Pim Fortuyn en Geert Wilders. Deze twee populisten zijn zo openlijk over hun discriminerende uitingen dat ze alvast een voorschot hebben genomen op de afschaffing van Artikel 1 van de Grondwet, een politiek voorstel dat zij deden.

Artikel 1 van de Grondwet luidt:

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

De wijze waarop Wilders en wijlen Fortuyn een voorschot namen op het schrappen van dit artikel was van een formaat waar wijlen Hans Janmaat een dwerg bij lijkt en van het soort vuilheid waar zelfs Janmaat van zou kotsen. Wat zij deden was groepen tegen elkaar opzetten. In zoveel woorden zei Ad Melkert dat ook tegen Fortuyn in hun debat van 5 mei 2002, een dag voor de moord op Fortuyn. De vuilheid en de jankerigheid van Pim Fortuyn had een hoogtepunt bereikt, en was hij niet vermoord de dag erna, dan had Fortuyn wellicht de teloorgang van zijn korte glansrijke politieke opkomst kunnen meemaken. Maar nee, de extremistische dierenvriend Volkert van der Graaf (iemand die perfect zou passen bij de dierenliefhebberij-afdeling van de PVV) verhief bontdrager Fortuyn op 6 mei 2002 tot een martelaar. Nu zitten we opgescheept met miljoenen mensen die de megalomane Fortuyn zien als een godheid en in hun blinde adoratie een soort mythevorming hebben gebracht die zijn weerga niet kent. Geheel onterecht.

Psychoanalytisch bekeken was Pim Fortuyn behoorlijk narcistisch en leed hij aan een soort Godscomplex. Het bijzondere hiervan is dat na zijn dood een vergelijkbare narcist opkwam: Geert Wilders, een ware lijkenpikker. Mijn uitgebreide psychoanalyse van Wilders kunt u elders vinden.

In maart 2003 verscheen een AD artikel : Ad Melkert en Pim Fortuyn: Het was een botsing tussen twee planeten. In het artikel wordt verslag gemaakt van het debat tussen Melkert en Fortuyn. Leest u zelf:

De vlam slaat in de pan als het asielbeleid ter sprake komt. Na wat gekissebis over het terugsturen van vreemdelingen, zegt Melkert: “Wat de heer Fortuyn doet, is echt het laatste wat je moet doen: groepen tegen mekaar opzetten.”

De aderen in Fortuyns nek zwellen op, zijn hoofd wordt rood. Een fractie van een seconde is het stil. Dan ontploft hij. Fortuyn komt half overeind uit zijn stoel en buigt zich voorover in de richting van Melkert. Zijn wijsvinger zwiept ondertussen alle kanten uit.

Schreeuwend: “Jullie hebben half Rotterdam tegen mij opgezet! Kom op, ik kan niet eens meer veilig over straat! En dat komt door de PvdA, door mijnheer Kok die u zo respecteert.” Melkert kijkt hem geschrokken aan en lijkt weg te willen kruipen in zijn stoel.

Fortuyn gaat door: “Weet u dat ik drie internationale persconferenties heb moeten geven om het beeld dat jullie van mij hebben neergezet recht te zetten? Wat doet u na de eerste uitslag van de verkiezingen in Frankrijk? Suggereren dat hier Le Pen komt, het is een bloody shame, mijnheer Melkert!”

Er valt een ongemakkelijke stilte. Dan vraagt Melkert ijzig: “Bent u klaar?”

Fortuyn: “Absoluut.”

Melkert: “Een schande. Echt zeer ongepast wat hij allemaal zegt en beweert.”

Fortuyn: “Wat een arrogantie, geef eens argumenten. Geef eens aan waarin ik lijk op Le Pen. Zeg het eens, wees nu eens eerlijk.”

Melkert: “U vist in dezelfde troebele vijver. Dat is wat u doet.”

Fortuyn explodeert opnieuw wanneer de PvdA’er even later Fortuyns debatstijl aan de kaak stelt. Melkert: “Door de manier waarop Fortuyn hier zijn punten maakt, begin ik steeds scherper te zien waar het allemaal naar terugvoert: de hang, het verlangen naar de sterke man, die orde op zaken stelt.” Fortuyn lacht voluit. “En dat op 5 mei, meneer Melkert! Dit pik ik niet. Dit pik ik niet. Dit pik ik echt niet. Ik pik dit niet. Ben ik een dictator?”

Eigenlijk zijn de twee mannen het tijdens het gesprek maar over één ding echt eens: dat ze het nooit eens zullen worden. Melkert: “Er zit echt een gapend gat tussen de samenleving die Fortuyn voor ogen heeft en de samenleving zoals wij die zien. En dat is…” Fortuyn vult aan: “Onoverbrugbaar.”

Melkert: “Ik zie geen aanknopingspunten.”

Fortuyn: “Alleen al de lichaamstaal, Ad. Ho, ho, ho.”

De brave Melkert was totaal van slag door de aggresieveling. Maar Fortuyn klaagde al vaker op een huilerige manier over demonisering van zijn persoon, zelfs in het TV-debat van november 1997 met Marcel van Dam waar hij zijn tegenstander overschreeuwde. Fortuyn riep populistische dingen als “ook Islamitische vrouwen hebben recht op emancipatie… die zouden u steun verdienen”, alsof geen ander weldenkend politicus dat in het hoofd haalt. Van Dam antwoordde, “absoluut, zeker hebben moslimvrouwen recht op emancipatie”. Maar de omringende beschuldigingen van Fortuyn richting de moslimman en Islamitische cultuur vond Van Dam (terecht) kwalijk.

Fortuyn zag overal spoken, al vanaf het begin. Hij zei racistische dingen en was dan woedend als hij voor racist werd uitgemaakt. Omdat de Islam het meest opzienbarende en controversiële aspect van zijn populisme was, zal Fortuyn wel gedacht hebben dat een of andere gekke moslim zou worden opgehitst om een aanslag op hem te plegen en/of hem te vermoorden. Met zijn herhaalde moordvisioenen kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat hij “de goden verzocht”. Doch, uiteindelijk bleek het een dierenliefhebber die de flamboyante Fortuyn afrekende op zijn voorliefde voor bont. De correlatie, de verbindende factor tussen demonisering van zijn persoon en het uiteindelijke moordmotief bestaat gewoonweg niet. Geert Wilders praat ook over demonisering van zijn persoon. Maar wat is demonisering en wat is keiharde kritiek? Een onaangename doch op werkelijkheid berustende, historische vergelijking? Zowel Fortuyn als Wilders zijn uitgemaakt voor fascisten die als ze niet worden beteugeld het land naar de verdoemenis zouden helpen. Niemand die door deze twee politici van demonisering werd verdacht heeft ook maar gevraagd of de heren even afgeschoten konden worden. Nee, het was een soort waarschuwing, een uiting van afgunst van de demoniserende personen. Ik ben het praktisch eens met iedereen die deze politici “demoniseerden”; het moest gezegd worden. Deze twee mannen hebben een verschrikkelijke visie op de wereld gegeven die heeft geleid tot angst en haat.

Heden ten dage word ik bedreigd of doodgewenst door PVV’ers. Zo zou ik in de ovens moeten worden gestopt om te kijken of de temperatuur goed is alvorens moslims erin worden gestopt. Een andere PVV’er wenst dat de PVV wel degelijk een NSB-partij zou zijn, dan was ik allang afgeschoten. Ja, hartstikke beangstigend. Als ik word vermoord komt de kogel dus (hoogstwaarschijnlijk) van rechts. Maar ik kan Wilders niet de schuld geven dat zijn aanbidders namens hem gaan schieten en moorden. Het zou makkelijk zijn om te zeggen dat Wilders verantwoordelijk is voor een klimaat waardoor mensen die kritiek op hem hebben gevaar lopen, en het zou nog makkelijker zijn de link te leggen tussen de geweldsneigingen van PVV’ers en het feit dat zij geweld verheerlijken (bijv. het feit dat 1/3 een wapen wilt hebben). Maar zo moeten we niet met elkaar omgaan. Als ik word omgelegd door een rechtse gek, dan is het mijn grote pech dat een of andere gek zich zo woedend maakte om mijn woorden. Ook is het wachten geblazen op de eerste gek die Gretta Duisenberg mishandelt of erger. Deze dame wordt nu door allerlei media gedemoniseerd en zelfs van antisemitisme beticht. Moeten de media en de Israël-liefhebbende politieke partijen en advocaten dan op het strafmatje verschijnen vanwege vergaande demonisering? Wat denkt u?

Het populistische parasitisme van Fortuyn en Wilders heb ik beschreven in een analyse van zijn achterban.

In het hoofdstuk Populisme: vertoog en praktijk van zijn boek ontleedt Elchardus het wezen van het populistische beest. “Populisme gaat doorgaans gepaard met het verwerpen van de waarden die door de elites of het ‘establishment’ worden voorgehouden.” Dit is uiteraard wat de Nederlandse geïndividualiseerde mens graag ziet. Elchardus formuleert verder:

Het populisme beroept zich daarom vaak op ‘boerenverstand’ of ‘gezond verstand’, het spreekt vanuit de buik’ om een meer wetenschappelijk onderbouwde of intellectualistisch ingeklede opinie te trivialiseren. In het algemeen stelt populisme vertrouwen in de opinie van de ‘gewone man’. Die gewone man of vrouw is de maat der dingen. Die houding geeft blijk van een zeer groot vertrouwen in het autonome individu. Dat vertrouwen wordt dan, in variabele mate, verbonden met een anti-establishmenthouding.

Wederom illustreert Elchardus als geen ander de visie van Wilders en de “gewone Nederlander”, die nu in de Nederlandse volksglorie wordt gepersonaliseerd door de bekende Henk en Ingrid van de Partij voor de Vrijheid. De Telegraaf van 23 april (2010) kopte met “PVV doet het voor Henk en Ingrid.” In een populistische sneer, zoals door Elchardus beschreven, stelt Wilders dat Henk en Ingrid mensen zijn die nu door iedereen worden gepakt, ze worden door de politieke elite genegeerd en op een zijspoor gezet. Bovendien pakt Wilders deze mediagelegenheid aan om een subliminale racistische opmerking te maken. Zo rapporteerde de Telegraaf:

Wilders meent dat Henk en Ingrid recht hebben op een veiliger land, een „Nederlands Nederland” en een zorgzaam Nederland.

De soort populisme dat Wilders tentoonstelt is een gevaar voor de samenleving. De Amerikaanse historicus, John A. Lukacs, beschreef het populisme het best:

Majority rule is tempered by the Legal Assurance of the rights of minorities, and of individual men and women. And when this temperance is weak, or unenforced, or unpopular, then democracy is nothing more (or else) than populism. More precisely: then it is national populisme.

Het gevaar dreigt dat de extreme vormen van Wilders’ populisme (en die van zijn achterban) radicaliseert tot een soort van nationalisme.

Het is van de gekke dat zowel Fortuyn en Wilders hele groepen mensen beledigden en demoniseerden vanuit de ene mondhoek en tegelijkertijd huilden vanuit de andere mondhoek over hoe zij werden beledigd en gedemoniseerd. De heren hebben geen boodschap gehad aan de oude wijsheid: wie wind zaait zal storm oogsten. Overigens hoor je de populistische haatzaaiers nimmer over al de positieve aandacht in honderden media. Ze zullen nooit klagen dat ze gratis reclame krijgen.

Nogmaals, dat Fortuyn is doodgeschoten is een ware schande. Maar niets en niemand heeft Van der Graaf ertoe aangezet behalve het feit dat Fortuyn bont droeg. Niemand wil Wilders dood hebben. Om collega Sofia van der Linde te parafraseren: wij bij Krapuul wensen hem een lang leven toe in goede gezondheid, maar zonder macht.

U kunt mij volgen op twitter: @NwLibAmbitie @polibertas

UPDATE 1: Ondertussen heb ik een nieuwe doodsbedreiging binnen van Friedrich Eckhardt, de psychopaat die eerder ook o.a. Femke Halsema bedreigde, en nu op twitter actief is onder de naam @Stop_Links. Zie hier de tweet.

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
Share