Aanzetten tot haat is niet onschuldig

February 13, 2011
By

In discussies over het proces tegen Wilders hoor ik voorstanders van een ruime vrijheid van meningsuiting klagen over het feit dat er aangifte is gedaan en dat de rechter heeft bepaald dat Wilders inderdaad vervolgd moest worden. Dit wordt een aanval genoemd op de vrijheid van meningsuiting. Dat is enigszins vreemd aangezien Artikelen 137c en d van het Wetboek van strafrecht in de jaren ’70 zijn ingevoerd. Deze artikelen waren dus al van kracht lang voor Wilders de politiek in ging. Wilders is ook niet eens de eerste politicus die naar aanleiding van deze artikelen wordt aangeklaagd. Janmaat ging hem daarin voor. Er is dus geen sprake van een nieuwe ontwikkeling die een aanval vormt op de Vrijheid van Meningsuiting. Er is slechts sprake van handhaving van wetten die alles behalve nieuw zijn. Ik mis een meer fundamentele discussie. Hoe ruim willen we de vrijheid van meningsuiting hebben en wat voor gevolgen zou dit mogelijk hebben voor onze samenleving?

Theo van Gogh en Pim Fortuyn waren van mening dat aanzetten tot haat niet verboden moest zijn; alleen aanzetten tot geweld. Dat klinkt heel ruimdenkend, maar het is eigenlijk nogal naïef. Een oproep tot geweld zonder verdere toelichting heeft namelijk doorgaans niet zoveel effect, tenzij je een prijs op iemands hoofd zet. Als je tot geweld tegen een persoon of een groep wilt aanzetten dan moet je mensen eerst overtuigen dat dit geweld nodig is. Oproepen tot geweld lukt dus doorgaans niet zonder mensen eerst aan te zetten tot angst en uiteindelijk tot haat. Als je mensen eenmaal hebt overtuigd dat een persoon of groep echt gevaarlijk en verachtelijk is, dan kan je  mensen zelfs overhalen tot geweld zonder daar expliciet toe op te roepen.

Pogroms tegen Joden in het Russische rijk hadden vaak plaats na Paaspreken. In die preken werden Joden neergezet als ondankbare Christusmoordenaars en verraders. Doorgaans werd er niet expliciet opgeroepen tot geweld maar de boodschap leidde niettemin tot aanvallen op de Joodse gemeenschap. Door de eeuwen heen leidden leugens over het stelen van kinderen, mensenoffers, seksuele perversiteiten en het vergiftigen van bronnen in Europa en elders ook tot uitbarstingen van geweld tegen Joden, Zigeuners en andere minderheden. Aanzetten tot haat kwetst niet alleen maar gevoelens van mensen. Het heeft al vele malen geleid tot etnische zuiveringen en moordpartijen.

In Nederland zijn artikel 137 c en d ingesteld, omdat we dat soort toestanden in dit land niet meer willen. Tot begin jaren ’90 gold het als normaal om als politicus je woorden zorgvuldig te kiezen. Daarna werden fatsoensregels als achterhaald gezien. Maar waarom eigenlijk? De menselijke natuur verandert niet. Als je geen moeite doet om bepaalde zaken te voorkomen dan gebeuren ze gewoon opnieuw.

Na de economische crisis van 1929 werden bepaalde regels ingesteld voor banken om te voorkomen dat een dergelijke crisis weer kon gebeuren. President G.W. Bush heeft deze regels afgeschaft omdat ze zogenaamd ouderwets en onnodig waren. Zodra de banken weer vrij waren om bepaalde fouten te maken, maakten ze die fouten opnieuw. Dat leidde tot de bankencrisis en onze huidige recessie. Die regels hadden dus nooit moeten worden afgeschaft.

Op basis van onze recente geschiedenis voel ik niet meer zoveel voor het afschaffen of niet meer handhaven van artikelen 137 c en d. Er wordt zo vaak geroepen dat we een samenleving moeten hebben waar alles gezegd moet mogen worden. Er wordt echter nauwelijks gemotiveerd waarom dat nou zo’n goed idee is. We experimenteren nu al zo’n 15 jaar met dit idee. Dat heeft een samenleving opgeleverd waar bedreigingen zo langzamerhand normaal zijn geworden en waar slagzinnen en gescheld de plaats hebben ingenomen van genuanceerde discussie.

Het is opvallend dat deze zogenaamde uitingsvrijheid zich vooral toespitst op minderheden terwijl er tegelijkertijd meer respect wordt geëist voor de politie en andere autoriteiten. Het is nogal schijnheilig om mensen die zich grof uit laten tegen autoriteiten extra zwaar te straffen en ze te prijzen voor hun “moed” als ze een grote bek hebben tegen minderheden. Hoe moedig is dat eigenlijk? Belediging, intimidatie en bedreiging worden namelijk niet geaccepteerd als ze tegen leidinggevenden, politiemensen, leraren en andere ambtenaren gericht zijn. Als ik mijn leidinggevenden uitscheld dan kan dat in bepaalde gevallen leiden tot ontslag op staande voet. Bij ambtenaren kan dit leiden tot boetes en andere strafmaatregelen. Mensen met macht vinden dat ze dit niet hoeven accepteren. Dit roept de vraag op waarom gewone burgers en minderheden dit dan anders moeten voelen. Als het er op aan komt wil iedereen met respect behandeld worden. De verbale agressie en botheid richten zich bij voorkeur op mensen die kwetsbaar zijn en weinig status hebben. Is dat vrijheid of is dat het recht van de sterkste? Hoe vrij voelt iemand zich die constant wordt beledigd en belasterd zonder iets terug te mogen doen? Onze samenleving begint steeds meer te lijken op een schoolplein zonder toezicht waar de pestkoppen maar alles kunnen uitvreten wat ze willen. Mensen met macht moet je respecteren, maar je bent vrij om te trappen naar mensen in een zwakkere positie. Die dubbele moraal in het vrijheid van meningsuiting debat wordt vrijwel volledig genegeerd in de populaire media.

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
Share

Tags: , , , ,

Leave a Reply

Time in the Netherlands

Promote Politeia Libertas

Share

Categories